|
AMSTERDAM - Volgens advocaat Bram Moszkowicz had het Openbaar Ministerie (OM) Geert Wilders niet mogen vervolgen, omdat hij al is veroordeeld.
Het gerechtshof in Amsterdam heeft volgens de raadsman in januari 2009 al de conclusie getrokken dat de uitlatingen van Wilders aanzetten tot haat en discriminatie en beledigend zijn.
Daarmee is een van de grondrechten van een verdachte - dat hij onschuldig is tot het tegendeel bewezen is - geschonden, vindt Moszkowicz.
Eerlijk proces De advocaat hield dinsdag aan het begin van zijn pleidooi de rechtbank in Amsterdam voor dat de PVV-leider door de beschikking van het hof geen kans op een eerlijk proces heeft gehad. Daarom had er geen rechtszaak mogen komen.
Het hof wees vorig jaar het verzoek toe van een groep mensen die wilde dat Geert Wilders vervolgd zou worden voor anti-islamuitspraken en gaf het OM opdracht de politicus voor de rechter te brengen. Het OM wilde dat in eerste instantie niet doen, maar moest wel na de beklagprocedure bij het hof, beter bekend als 'artikel 12-procedure'.
'Schande' ''De zaak was niet geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Na uitgebreid onderzoek stelde het OM dat de uitspraken niet strafbaar waren. Wilders werd niet als verdachte gezien.''
De advocaat vindt het ''gewoon een schande'' dat het hof Wilders al bestempeld heeft als islamofoob. ''Rechtbank, het hof heeft al voor u beslist dat de uitlatingen van Wilders zonder meer beledigend zijn voor moslims.''
En: ''Er moest nota bene nog besloten worden of de man überhaupt zou worden vervolgd.''
Woordkeus Ook maakt de raadsman uit de woordkeus van het hof op dat het vindt dat wat Wilders heeft gezegd geschikt is om aan te zetten tot haat door hun inhoud en door de manier waarop Wilders ze presenteert. ''Niet 'zou kunnen' of 'het lijkt erop', maar het hof zegt dat het zo is.''
Daarnaast vindt Moszkowicz het belangrijk dat zijn cliënt uitspraken over de islam en moslims heeft gedaan die tenminste voor een deel op waarheid berusten.
Hij zei dat Wilders zich spiegelt aan de Galileo Galilei, die in de 17e eeuw met de heersende (kerkelijke) opvatting botste door te beweren dat de zon en niet de Aarde het middelpunt van het zonnestelsel was.
 |